Leerstoel

Van 2008 tot en met 2012 is de Drees leerstoel bekleed door Margo Trappenburg. In haar oratie (de Dreeslezing van 2009) vroeg Trappenburg aandacht voor een ontwikkeling in de maatschappij die bekend staat als de vermaatschappelijking van de zorg. Vroeger woonden mensen met een vlekje (mensen met een verstandelijke beperking, met een psychiatrische stoornis of een ernstige lichamelijke handicap) vaak in grootschalige instellingen, ergens ‘in de bossen’. Tegenwoordig is het ideaal dat mensen zo veel mogelijk moeten wonen in gewone huizen, in gewone buurten, met gewone buurten.

Vroeger gingen kinderen met een leerstoornis naar het speciaal onderwijs: de LOM school, de MLK of de ZMLK school (respectievelijk: een school voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden, voor moeilijk of zeer moeilijk lerende kinderen). Tegenwoordig is het ideaal: weer samen naar school. Het huidige kabinet stelt zich voor kinderen met problemen te integreren in het gewone basis- en voortgezet onderwijs.

Vroeger gingen mensen met een verstandelijke of fysieke handicap naar een sociale werkplaats waar ze in een rustige omgeving aangepast werk konden doen. Het huidige kabinet wil bezuinigen op de sociale werkplaats en wil arbeidsgehandicapten laten meedoen op de reguliere arbeidsmarkt.

Trappenburg vraagt zich af wat deze ontwikkeling betekent. Voor de voormalige bewoners van instellingen, voor de voormalige werknemers van sociale werkplaatsen en voormalige leerlingen van het speciaal onderwijs. Maar vooral, voor de buurten, de scholen en de werkplekken waar deze mensen nu terecht komen. Voor de buren, de medeleerlingen, de onderwijzers, de bazen en de collega’s.

Trappenburg ziet een verschuiving van passieve solidariteit (burgers betalen belasting en premies en de staat zorgt voor kwetsbare medeburgers) naar actieve solidariteit (minder belasting en premies maar dan wel zelf moeten zorgen dat kwetsbare burgers zorg krijgen en een plek vinden in de maatschappij). Van wie wordt deze actieve solidariteit gevraagd? In haar oratie betoogt Trappenburg dat dit vaak de sociaaleconomisch zwakkere groepen in de maatschappij zullen zijn. Zie voor de tekst van de oratie Actieve solidariteit.

Aan de Universiteit van Amsterdam begeleidt Trappenburg scriptiestudenten die onderzoek doen naar vermaatschappelijking en actieve solidariteit. Inge Gruntjens keek naar de positie van mensen met niet-aangeboren hersenletsel op de arbeidsmarkt. Roel Bax keek deed onderzoek naar werknemers op sociale werkplaatsen die wel en niet doorstromen naar een plaats op de reguliere arbeidsmarkt. Ella Mankor sprak met de buren van verstandelijk gehandicapten in gewone woonwijken.  

Trappenburg werkt verder aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschappen van de Universiteit van Utrecht. Zij doet en begeleidde onderzoek naar patiëntenparticipatie, marktwerking, en ethische kwesties in de gezondheidszorg. Zij heeft een eigen website www.margotrappenburg.nl

Voor Margo Trappenburg bekleedde professor dr. A. van der Zwan deze leerstoel. Op 20 oktober 1993 hield hij zijn inaugurele reden als hoogleraar op de Willem Drees-leerstoel aan de Universiteit van Utrecht. Zijn oratie droeg de titel Regressie en Voortijdige Rijpheid: ontbindingsverschijnselen van de verzorgingsstaat. Ze verscheen in druk bij Schriptum in Schiedam. De oratie van Van der Zwan kreeg uitgebreide aandacht in NRC Handelsblad, Volkskrant en Het Parool. Doelstelling van de nieuwe bijzondere leerstoel was onderzoek naar het functioneren van de welfare-state. Naast het geven van colleges aan de faculteit Sociale Wetenschappen stelde de heer Van der Zwan zich ten doel om enkele AIO?ers te begeleiden naar hun promotie. Om hiervoor richting aan te geven werd een onderzoeksvoorstel opgesteld onder de titel Het Ontstaan en de Perspectieven van de Verzorgingsstaat in zijn Economische en Politiek-Maatschappelijke Context. Potentiële AIO-ers werden geworven met behulp van enkele advertenties over de zogenaame Drees-stipendia. Uit een uitvoerige sollicitatie-procedure werden twee kandidaten geselecteerd. Door gezondheidsklachten moest helaas na twee jaar een der AIO-ers zijn onderzoek staken. De resterende kandidaat is in 2001 aan de Erasmusuniversiteit gepromoveerd.

Van het curatorium van de leerstoel maakten namens de Stichting deel uit: mr. C.V. Martini ( opgevolgd door drs. S. van Driel, vice-voorzitter van de Stichting en lid van de Raad van Bestuur van het ABP ) en de heer J.C. Verheij. De leerstoel werd gedurende vijf jaar gefinancierd door Reaal Verzekering. Een tweede ambtstermijn als bijzonder hoogleraar op de Drees-leerstoel werd door professor Van der Zwan in februari 1997 afgewezen wegens drukke werkzaamheden elders. In het hierop volgend overleg met de universiteit van Utrecht bleek geen overeenstemming mogelijk over een nieuwe invulling van de leerstoel. De opvattingen van de universiteit en de Stichting verschilden hiervoor te veel. Met de universiteit van Amsterdam bleek wel overeenstemming mogelijk. Op 11 oktober 2001 hield professor dr. F. Leijnse in de aula van de universiteit zijn oratie als bijzonder hoogleraar in de Sociaal-politieke aspecten van de verzorgingsstaat en overlegeconomie. De rede van de nieuwe Drees-hoogleraar droeg de titel: ‘De Gevarieerde Verzorgingsstaat’. Van het curatorium van de leerstoel maakt de heer J.C. Verheij namens de Stichting deel uit. De Drees-leerstoel in Amsterdam wordt bekostigd door SNS Reaal Groep.

© Copyright Willem Drees Stichting 2012