"Mij gaat de uitdrukking 'verzorgingsstaat' te ver. Ik voel voor de uitdrukking die de Franse utopische socialist Fourier gebruikte: 'le garantisme', dus de waarborgende staat. Niet door de uitdrukking 'verzorgingsstaat' de indruk wekken dat de Staat in het algemeen voor de verzorging verantwoordelijk is, hetgeen in het algemeen de mensen in onderlinge verhoudingen moeten zijn, maar dat de Staat de bestaanszekerheid waarborgt". Willem Drees, 1983

 
 

Geschiedenis van de stichting Willem Drees-lezing

De Stichting Willem Drees-lezing is in mei 1989 opgericht. Aan de oprichting is op verzoek van de gemeente Den Haag een uitgebreid onderzoek vooraf gegaan naar de plaatsbepaling van een stichting die de naam van Willem Drees in ere zou willen houden. Daarbij is onder gesproken met de voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, de directeur van het Centraal Planbureau, de voorzitter van de VARA, de voorzitter van de Tweede Kamer, diverse dagbladredacteuren en de hoogleraren A. de Swaan, J.J.A. van Doorn, C.J.M. Schuyt, H. Daalder en D.J. Wolfson. Uit dit onderzoek is geconcludeerd dat er in Nederland plaats zou zijn voor een jaarlijkse publieke lezing onder de naam van oud-premier Willem Drees waarbij de welfarestate centraal zou staan. Uit het onderzoek was naar voren gekomen dat de naam Drees in Nederland vooral geassocieerd wordt met de verzorgingsstaat en minder met de rooms-rode coalities na de Tweede Wereloorlog. De Drees-lezingen zouden vooral over sociaal-economische vraagstukken moeten gaan en minder over het sociaal-democratisch gedachtegoed. Mede om die reden heeft de Stichting zich nimmer geafficheerd als een PvdA-dochter en zijn ook steeds representanten van het CDA in bestuur en curatorium vertegenwoordigd geweest. De Stichting is ontstaan op initiatief van de toenmalige wethouder van Sociale Zaken van Den Haag, mr. C.V. Martini, en de huidige secretaris van de Stichting. Op basis van de rapportage over de positie van de Stichting Willem Drees-lezing besloten de gemeente Den Haag en De Centrale Verzekering NV om de Stichting financieel te gaan steunen. Den Haag doneerde 25.000 gulden per jaar en De Centrale Verzekeringen F.15.000. Van De Centrale Verzekeringen NV was dr. W. Drees vele jaren president-commissaris geweest. Bovendien sloot de doelstelling van de Drees-stichting volgens de heer W. Tuinenburg, algemeen directeur van De Centrale, goed aan bij de maatschappelijke en culturele uitgangspunten van de Commissie Winstverdeling. In de statuten van de Stichting werd vastgelegd dat er naast een bestuur ook een curatorium verbonden zou worden aan de Stichting die belast zou worden met de keuze van de jaarlijkse lezinghouder. Van dit curatorium werden lid: prof. dr. W. Albeda, drs. K.Adelmund, prof. dr. H. Daalder, drs. M.P.A. van
Dam, dr. D. Dolman en de heer J.C. Verheij. Met dagblad Het Parool was afgesproken dat er in deze krant uitgebreid aandacht zou worden geschonken aan de lezinghouders. De Stichting heeft zich sinds de oprichting bezig gehouden met de volgende activiteiten:

A. lezingen
B. Leerstoel
C. Buitenland
D. Diversen

A. lezingen

De eerste Willem Drees-lezing vond plaats op 5 oktober 1990 in de Ridderzaal in Den Haag. De lezing werd gegeven door de voormalige vice-premier van Tsjecho-Slowakije, prof. dr. Ota Sik (R.I.P.) onder de titel De Moeizame Overgang van Planeconomie naar Markteconomie. Zowel in de Volkskrant als in Het Parool werd uitvoerig stilgestaan bij de lezing en de persoon Ota Sik. De lezing van Sik verscheen nadien in druk bij de SDU. Gedurende een reeks van jaren verschenen de Drees-lezingen bij deze uitgeverij. De toehoorders van de lezing kregen het boekje gratis thuisgezonden. En daarnaast waren ze te verkrijgen in de boekhandel.

De tweede lezing werd gegeven door prof. dr. Jan Pen in de Rolzaal aan het Binnenhof. De titel van de lezing was Gelijkheid onder de Mensen. De lezing van Pen op 25 oktober 1991 kreeg uitvoerige aandacht in Het Parool, Trouw, Vrij Nederland en de Haagsche Courant.

In 1992 zou de lezing worden gehouden op 7 december 1992 door het Israelische parlementslid Avraham Burg. Zijn onderwerp was de Vernieuwing van de Politieke Democratie. Helaas liet de heer Burg ons op 1 december 1992 weten dat hij verhinderd was wegens de behandeling in de Knesset van een wetsontwerp waarbij hij betrokken was. Gezien het late tijdstip kon er dat jaar geen andere spreker meer worden gevonden

De derde lezing was van de Israelische hoogleraar Shmuel Eisenstadt. Zijn lezing droeg de titel De Transformatie van de Israelische maatschappij: een uitdaging tot modernisering en pluriformiteit. Professor Eisenstadt won in 1988 de International Balzan Prize in Sociology. De derde Drees-lezing vond op 23 september 1993 plaats in de voormalige Haagse Raadszaal in de Javastraat in Den Haag. Het Parool en het NIW stonden uitvoerig stil bij de lezing van Eisenstadt.

De vierde Drees-lezing vond wederom plaats in de Oude Raadszaal en werd gegeven door prof. dr. E.H. van der Beugel (R.I.P). De oud-staatsecretaris van Buitenlandse Zaken en voormalig president-directeur van de KLM sprak op 29 september 1994 over Nederland in de Westelijke Samenwerking. Het Parool en de Haagsche Courant besteedde aandacht aan de lezing.

De vijfde Drees-lezing werd in het Haagse Volksbuurtmuseum gegeven door de Europarlementariër Daniël Cohn Bendit. Hij sprak op 28 september 1995 over een aantal thema?s uit zijn boek Heimat Babylon. Op initiatief van de Stichting werd dit boek in het Nederlands vertaald en uitgegeven door Houtekiet in Antwerpen. Hiervoor werd extra steun gekregen van Reaal Verzekering. De secretaris van de Stichting schreef een voorwoord voor de uitgave. Aan lezing werd uitvoerig aandacht geschonken door Het Parool, Haagsche Courant, NRC Handelsblad en De Volkskrant. Anders dan bij de voorgaande lezingen verscheen de tekst niet in druk.

De zesde Drees-lezing werd gehouden door het Eerste Kamerlid Thijs Wölgtens op 1 oktober 1996 in het Volksbuurtmuseum in Den Haag. Wöltgens sprak over De Actualiteit van Opvattingen die men Socialistisch Zou Kunnen Noemen. De lezing werd besproken in Het Parool. De tekst van de lezing verscheen in druk bij de SDU.

De zevende lezing werd gegeven door dr. Ursula Engelen-Kefer, de vice-voorzitter van de Deutschen Gewerkschaftsbundes (DGB). De lezing vond onder de titel Naar een Europees Sociaal Platform plaats op 27 november 1997 in dc Oude Zaal van de Tweede Kamer. De lezing trok weinig publieke belangstelling. Ook de pers liet het afweten. Blijkbaar sprak het onderwerp van deze lezing niet tot de verbeelding. De samenwerking met Het Parool was in dit jaar beëindigd door de nieuwe hoofdredacteur van deze krant in verband met een koerswijziging. De tekst van de lezing van mevrouw Engelen-Kefer verscheen in druk bij uitgeverij De Nieuwe Haagsche. De SDU was afgehaakt nadat de betrokken fonds-redacteur naar een andere uitgeverij was overgestapt.

In 1998 werd de lezing gehouden door prof. dr. C.J.M. Schuyt. Hij sprak op 12 november 1998 in Pulchri Studio over de Privatisering van de Sociale Zekerheid. Bij deze gelegenheid trad prof. dr. F. Leijnse op als co-referent. De lezing werd besproken in Het Parool en in het Algemeen Dagblad. De tekst van de lezing is nimmer in druk verschenen omdat de heer Schuyt deze niet heeft ingeleverd.

De negende Drees-lezing werd op 25 januari 2000 in Pulchri Studio gehouden door professor dr. David Marquand. Professor Marquand is directeur van het Mansfield College aan de universiteit van Oxford. Hij sprak over de Third Way in de Britse Labour-partij. Zijn co-referent was Paul Kalma, de directeur van de Wiardi Beckman Stichting. Aan de lezing werd uitvoerige aandacht geschonken door Het Parool en de Groene Amsterdammer. De lezing werd nadien afgedrukt in Socialisme en Democratie. De lezing van de heer Marquand had feitelijk in 1999
plaats moeten vinden. Helaas was het in 1999 niet mogelijk gebleken om de gevraagde spreker, mevrouw G. Harlem Brundtland, daadwerkelijk naar Nederland te krijgen. Dit ondanks steun hiervoor op regeringsniveau.

De Drees-lezing van 2000 werd op 29 november 2000 in Pulchri Studio gehouden door prof. dr. H. Daalder. De biograaf van dr. W. Drees sprak bij deze gelegenheid over Het Socialisme van Willem Drees. Aan de lezing werd aandacht geschonken door Volkskrant Magazine en NRC Handelsblad. De lezing verscheen in druk bij Bert Bakker. Professor Daalder nam bij deze gelegenheid tevens afscheid als lid van het curatorium van de Drees-lezing. De tekst werd gepuliceerd bij de Nieuwe Haagsche en besproken in het dagblad Trouw.

Op 14 december 2001 hield in de Oude Zaal van de Tweede Kamer professor dr. Peter Singer de 11e Drees-lezing. De Australische filosoof Singer ( hoogleraar in Princeton ) sprak over De Goede Staat en de positie van het dier in de verzorgingsstaat. Bij de lezing kreeg de heer Singer het eerste exemplaar overhandigd van de vertaling van zijn boek Darwin voor Links, een uitgave van Boom in Amsterdam. Aan de vertaalkosten van deze uitgave heeft de Stichting steun verleend. Aan de lezing van professor Singer werd aandacht geschonken door Trouw en het Filosofie Magazine. Andere persorganen maakten melding van de protesten tegen de lezing van Singer. De protesten gingen overigens niet over de lezing zelf maar over de denkbeelden van Singer over euthanasie. Zijn lezing leidde zelfs tot een demonstratie op het Binnenhof en politiebewaking. De tekst van de lezing van Singer verscheen in het maandblad Socialisme en Democratie.

De twaalfde Drees-lezing werd gehouden door prof. dr. W. Albeda in Pulchri Studio op 24 oktober 2002. Oud-minister Albeda sprak bij deze gelegenheid over Mijn Leven met de Verzorgingsstaat. De lezing kreeg geen aandacht in de pers. De tekst van de lezing is in het voorjaar van 2003 verschenen in de educatieve A & O Reeks. De tekst is ook gepubliceerd in het maandblad De Economist.

B. Leerstoel

Op 20 oktober 1993 hield professor dr. A. van der Zwan zij inaugurele reden als hoogleraar op de Willem Drees-leerstoel aan de Universiteit van Utrecht. Zijn oratie droeg de titel Regressie en Voortijdige Rijpheid: ontbindingsverschijnselen van de verzorgingsstaat. Ze verscheen in druk bij Schriptum in Schiedam. De oratie van Van der Zwan kreeg uitgebreide aandacht in NRC Handelsblad, Volkskrant en Het Parool. Doelstelling van de nieuwe bijzondere leerstoel was onderzoek naar het functioneren van de welfare-state. Naast het geven van colleges aan de faculteit Sociale Wetenschappen stelde de heer Van der Zwan zich ten doel om enkele AIO?ers te begeleiden naar hun promotie. Om hiervoor richting aan te geven werd een onderzoeksvoorstel opgesteld onder de titel Het Ontstaan en de Perspectieven van de Verzorgingsstaat in zijn Economische en Politiek-Maatschappelijke Context. Potentiële AIO?ers werden geworven met behulp van enkele advertenties over de zogenaame Drees-stipendia. Uit een uitvoerige sollicitatie-procedure werden twee kandidaten geselecteerd. Door gezondheidsklachten moest helaas na twee jaar een der AIO?ers zijn onderzoek staken. De resterende kandidaat is in 2001 aan de Erasmusuniversiteit gepromoveerd.

Van het curatorium van de leerstoel maakten namens de Stichting deel uit: mr. C.V. Martini ( opgevolgd door drs. S. van Driel, vice-voorzitter van de Stichting en lid van de Raad van Bestuur van het ABP ) en de heer J.C. Verheij. De leerstoel werd gedurende vijf jaar gefinancierd door Reaal Verzekering. Een tweede ambtstermijn als bijzonder hoogleraar op de Drees-leerstoel werd door professor Van der Zwan in februari 1997 afgewezen wegens drukke werkzaamheden elders. In het hierop volgend overleg met de universiteit van Utrecht bleek geen overeenstemming mogelijk over een nieuwe invulling van de leerstoel. De opvattingen van de universiteit en de Stichting verschilden hiervoor te veel. Met de universiteit van Amsterdam bleek wel overeenstemming mogelijk. Op 11 oktober 2001 hield professor dr. F. Leijnse in de aula van de universiteit zijn oratie als bijzonder hoogleraar in de Sociaal-politieke aspecten van de verzorgingsstaat en overlegeconomie. De rede van de nieuwe Drees-hoogleraar droeg de titel: ?De Gevarieerde Verzorgingsstaat?. Van het curatorium van de leerstoel maakt de heer J.C. Verheij namens de Stichting deel uit. De Drees-leerstoel in Amsterdam wordt bekostigd door SNS Reaal Groep.


C. Buitenland

Op instignatie van Ota Sik is de Stichting in 1991 een samenwerking aangegaan met het Politicologisch Instituut (MPU) van de Masaryk-universiteit in Brno in Tsjecho-Slowakije. Als eerste gezamenlijke activiteit vond er in november 1991 een symposium plaats in Brno onder de titel The Dutch Welfarestate as a model for Czechoslovakia. Vanwege de Stichting namen prof. dr. W. Albeda, mr. C.V. Martini en de heer J.C. Verheij deel als sprekers aan het symposium. Als contact-persoon tussen het MPU en de Stichting trad de Groningse hoogleraar prof. dr. I. Gadourek op. De Stichting verleende het MPU zowel persoonlijke als financiële steun. Dit laatste werd mede mogelijke gemaakt door energiebedrijf ENECO en VB-accountants. Aan de samenwerking met het MPU werd ook deelgenomen door de Haagse Hogeschool. Als gevolg hiervan kwam er jaarlijks een gastdocent uit Brno naar Den Haag voor colleges. Op I november 1995 werd de samenwerking met Brno verder uitgewerkt in de oprichting van de Max van der Stoel wissel-leerstoel. In het kader van deze leerstoel gaat jaarlijks de gastdocent uit Nederland naar Brno om les te geven over de Nederlandse samenleving en komt er een docent uit Brno naar Den Haag om daar studenten van de Haagse Hogeschool wegwijs te maken in de Tsjechische samenleving. Vanuit Nederland was prof. dr. Z.R. Dittrich in 1996 de eerste hoogleraar in Brno op de wisselleerstoel. In 1997 was dat mevrouw dr. A. Gadourek. In de daarop volgende jaren werd de leerstoel bekleed door dr. M. Kabela. In 2001 werd de Max van der Stoel- leerstoel overgeplaatst naar de universiteit van Banska Bystrica in Slowakije. De financiering van de leerstoel werd bij deze gelegenheid voor drie jaar gegarandeerd door Deloitte & Touch. In dat jaar verscheen ook het derde deel van een reeks boeken over Nederland in het Tsjechisch van de hand van dr. Kabela. De boeken werden uitgegeven door Barrister & Principal in Brno. Het waren de eerste boeken over Nederland  met een niet-toeristisch karakter sinds de jaren dertig van de vorige eeuw. De reeks boeken werd mogelijk gemaakt met financiële hulp van de Stichting en het Prins Bernhard Cultuurfonds. Sinds 2001 is er geen samenwerking meer met de Haagse Hogeschool omdat deze instelling al een nauwe samenwerking had met een andere universiteit in Slowakije. De drie boeken van dr. Kabela werden telkenmale in Nieuwspoort gepresenteerd in aanwezigheid van mr. M. van der Stoel en de Tsjechische ambassadeur. In 2003 kwam een einde aan de samenwerking met de universiteit van Banska Bystrica omdat de sponsor zich had terug getrokken. Er is overleg gaande over een nieuwe start van deze leerstoel.


Nieuws

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 



De foto's op deze web site zijn afkomstig van de fotografe Gabrielle van der Werf (070-3878100 ) te Voorburg. 

© 2004 Stichting Willem Drees Lezing | disclaimer